vrijdag 8 september 2023

Het leven met jongetjes

Het is weer zover hoor. Bunny was zoals gewoonlijk naar school gegaan. Na schooltijd zou ik met de juf gaan zitten om te kijken hoe we hem dit schooljaar weer extra konden helpen om het ietsjes makkelijker te maken voor hem. Woody en de kleine zaten in de bakfiets, ik fietste op mijn eigen fiets op mijn eigen tempo richting school, bewust wat vroeger erheen gegaan om vooral niet te hoeven haasten. 

Dan gaat ineens mijn telefoon. Ik word gebeld door een 030-nummer, het zal toch niet de school zijn? En ja hoor, een juf geeft door dat Bunny zojuist is gevallen en zijn oor heeft bezeerd. Hij zit nu in het kamertje bij te komen en wordt daar getroost. Of ik hem nu al kan ophalen. “Natuurlijk” zeg ik snel, want ik was toch al onderweg naar school. 

 

In de tussentijd bel ik Woody, die neemt niet op. Ik schakel snel door naar de huisarts en plan meteen een afspraak in.

 

Eenmaal op school aangekomen, zie ik een klein droevig jongetje op de stoel zitten, met een grote keukenrol op zijn oor, wat onder het bloed zit. Snel vraag ik aan de juf hoe het met hem gaat, en wat we nou verder moeten doen. Heel eerlijk, veel is me niet meer bijgebleven, behalve dat ze zei dat het wel handig is om naar de huisarts te gaan en het even te laten bekijken. Want het zou een scheur kunnen zijn. In volledige survival mode neem ik Bunny mee naar buiten en loop ik Woody tegemoet. Snel bespreken we wat we gaan doen, en proberen we te achterhalen wat er is gebeurt zonder hem teveel van slag te maken.

 

That’s all for now.

 

 

vrijdag 1 september 2023

De vijand - IK

Heb ik weer, zit ik notabene in hetzelfde restaurant als HIJ. Net wanneer ik van mijn welverdiende solo diner wil genieten. 

“Ober, mag ik alstublieft uw allerbeste Pinot Grigio” is mijn allereerste gedachte. De ober komt langs met de menukaart. Ik onderbreek hem en bestel mijn witte wijn waar ik zo naar smacht. 


OBER: “We hebben ook een verrassingsmenu”. Met een schuin oog kijk ik even naar de andere kant van de ruimte, ik probeer dit voorzichtig te doen om te voorkomen dat ik oogcontact met HEM heb. De gedachte daarvan doet mij rillingen geven, stel je eens voor dat we uit fatsoen een heus gesprek moeten voeren of op zijn minst gedag moeten zeggen, en daarna met dat ongemakkelijke gevoel verder moeten eten. Ik zie het al helemaal voor me.


HIJ: “Bonjour Irene, wat leuk je hier in België te zien. Ben je vandaag op kantoor geweest?”

IK: “Hey, jij ook hier. Datzelfde kan ik ook over jou zeggen, ik heb jou niet op kantoor gezien.” 


Mijn eetlust is meteen minder bij de gedachte. Met wie zit HIJ überhaupt samen aan tafel? Is dat zijn vrouw? Zijn ze op vakantie dan? Ze ziet er vriendelijk uit. Zou het bij hem zo zijn dat tegenpolen elkaar aantrekken? Misschien is hij in zijn vrije tijd wel een veel sympathieker persoon en gemakkelijker in omgang dan op de werkvloer.


“Ja, laat me maar verrassen.” zeg ik tegen de ober. Ik lust absoluut geen koriander, stinkkazen en loslopend wild. 


We willen natuurlijk niet mijn eetlust bederven.  



De vijand – HEM

 

Dat was een interessante klant meeting vandaag, tot hier gaan we het over werk hebben. Je bent niet voor niks dit keer met me meegekomen naar België om toch samen een kleine mini break te kunnen hebben. De laatste tijd is het zo enorm druk geweest dat ik weinig tijd heb kunnen besteden aan jou en de familie. Dus wat extra quality-time is nu wel op zijn plaats. 
Dit restaurant waar ik je nu naar heb meegenomen is een restaurant waar ik graag heen ga samen met de Belgische collega’s of eventueel zelfs klanten. De medewerkers zijn vriendelijk, het eten is goed. En ze hebben een verrassende 3-gangen menu die zij dan voor je samenstellen. Maar waar blijft de ober nou? Er lijken vandaag wel minder medewerkers rond te lopen dan gebruikelijk. Ah, daar zie ik de ober al, hij staat daar nog bij die tafel waarschijnlijk het menu uit te leggen. Wacht eens even, zie ik dat goed? Is dat nou Irene Quah die daar zit? Wat doet zij nou in België, zou ze vandaag naar het Belgische kantoor geweest zijn? Zij vroeg mij laatst nog of ik een sales kon nomineren, maar we doen het op dat vlak qua dienstverlening echt nog niet goed genoeg. Wellicht moet ik wel aan de bel trekken om te kijken wat we daaraan kunnen verbeteren.

Maar genoeg over werk, het is weekend nu en we gaan lekker met zijn tweetjes een hapje eten. 

De vijand – Breaking through the wall

Heeft zij weer, zit ze notabene in hetzelfde restaurant als hij. Net wanneer ze van haar welverdiende solo diner wil genieten. 


“Ober, mag ik alstublieft uw allerbeste Pinot Grigio” is waarschijnlijk haar eerste gedachte. De ober komt langs met de menukaart. En ja hoor, ze bestelt haar witte wijn.

OBER: “We hebben ook een verrassingsmenu”. De ober staat net met zijn rug naar hem toe. Ze kijkt de ober aan, maar er zit toch iets ongemakkelijks in die blik. Ze kijkt vluchtig en draait steeds haar hoofd. Zou dat zijn om oogcontact te vermijden? Het is ook wel het laatste wat je wilt, je collega’s tegen komen en gezellig moeten doen. Of erger, een gesprek voeren waar je geen zin in hebt. Om daarna met een ongemakkelijk gevoel verder te eten. Zie je het al voor je? 

HIJ: “Bonjour Irene, wat leuk je hier in België te zien. Ben je vandaag op kantoor geweest?”

ZIJ: “Hey, jij ook hier. Datzelfde kan ik ook over jou zeggen, ik heb jou ook niet op kantoor gezien.”

Hij zit er ook met een dame, waarschijnlijk vraagt ze zich af met wie dat is. Zou het zijn vrouw zijn? Zijn ze op vakantie? Ze lijken het heel erg naar hun zin te hebben. 

“Ja, laat me maar verrassen.” Zegt ze tegen de ober. Ze lust absoluut geen koriander, loslopend wild en stinkkazen. We willen natuurlijk niet haar eetlust bederven.  

 


 

Bye Bye Bye

 Wie had dat nou gedacht, oude kledingstukken van je kinderen weggeven die je kids AL LANG niet meer aan kunnen. - Het voordeel van een grot...